Gymnasiaal onderwijs
stgs_placeholder.jpg

Gymnasiaal onderwijs

Grieks en Latijn worden ook wel 'dode talen' genoemd. Er zijn immers geen volkeren meer die ze actief gebruiken. Hoewel... gymnasiasten! Die wel. Maar waarom eigenlijk?

Ten eerste vormen de Klassieken een bindende factor in de westerse wereld. De cultuur van de oude Grieken en Romeinen is nog springlevend in het Europa van nu. Elke Fransman, elke Engelsman, elke Duitser kent de verhalen uit de mythologie. Het zijn de verhalen die vanuit Griekenland naar Rome zijn gereisd en vandaaruit een groot deel van de Europese cultuur hebben bepaald. Zelfs het woord 'Europa' is Grieks. Wij vinden het belangrijk dat onze leerlingen voelen dat ze deel uitmaken van een groter geheel en die wereldwijd gedeelde verhalen helpen daarbij.

Europa was trouwens een Aziatische prinses, die door een stier werd ontvoerd naar het eiland Kreta. Interessant, toch? Zo zijn er talloze verhalen uit de oudheid. Over goden die hun eigen kinderen opaten, meisjes die veranderden in spinnen, mannen ezelsoren kregen... Behalve belangrijk (want gedeeld cultuurgoed) vinden we deze verhalen ook gewoon heel mooi, en daarom willen we ze graag met onze leerlingen delen.

Om die verhalen uit het Grieks en Latijn te ontcijferen heb je flink wat doorzettingsvermogen en tegelijkertijd precisie nodig: eigenschappen die later ook heel belangrijk zijn, als je gaat studeren en een baan krijgt. De mensen die kiezen wie toegelaten wordt tot een vervolgopleiding of een baan, weten dat ook en zijn blij dat je die discipline en nauwkeurigheid bij ons op school al getraind hebt. Daarom biedt een gymnasiumdiploma prachtige kansen voor later.

Als je medicijnen of biologie gaat studeren, is Grieks je taal: de meeste termen in de medische wetenschappen komen uit het Grieks. Wist je bijvoorbeeld dat een farmakon (van farmacie, apotheek) in het Grieks een geneesmiddel is, maar tegelijkertijd ook 'vergif' of 'kruid' kan betekenen? Tel daarbij het mysterieuze alfabet op en je begrijpt hoe bijzonder dit vak is.

De Romeinen waren echte veroveraars met een enorme kennis van technische zaken: ze hebben hun wegen, aquaducten en badhuizen achtergelaten in Engeland (Brittannië) en Egypte, in Voorburg en Sevilla. Maar het belangrijkste wat ze hebben achtergelaten kun je niet zien: hun taal. Heel veel talen en woorden zijn afgeleid van het Latijn. Soms weet je niet eens dat je Latijn spreekt of schrijft. Wist jij dat 'idem' uit het Latijn komt (= hetzelfde), en dat 'demonstratie' komt van demonstrare (= aanwijzen)?

Tot het begin van de twintigste eeuw werd het onderwijs op de gymnasia in het Latijn gegeven. Dat doen we nu niet meer, maar Latijn en Grieks zijn in de onderbouw voor elke leerling verplicht. We vinden ze zelfs zo belangrijk, dat je een voldoende moet hebben voor Latijn om regulier bevorderd te worden naar klas 2 en 11 punten in Grieks en Latijn voor bevordering naar klas 3 en 4. Elke leerling doet in ten minste één van de twee talen eindexamen.

Kortom: een gymnasiumopleiding brengt je kennis van cultuur, precizie, doorzettingsvermogen, goede kansen voor later en ook nog een hoop plezier. Niks dode talen. Leve de Klassieken!